Toiletten in lagere scholen

Het scholenprogramma van de Stichting Hubi & Vinciane voorziet alle lagere scholen in de 24 dorpen van degelijke toiletten, naargelang de prioriteiten en in overleg met de directies en de vertegenwoordigers van het ministerie Lagere Onderwijs.

Gedurende de laatste 10 jaar werden al toiletblokken geplaatst in enkele broussescholen. Steun kwam o.a. van Casino uit Sint Niklaas, en van de gemeente Bierbeek.

Met de steun van de Koning Boudewijn Stichting, via het Fonds Elisabeth en Amélie, werd in november 2019 gestart met de bouw van 2 nieuwe blokken voor toiletten en 7 nieuwe constructies met urinoirs, verdeeld over 19 lagere scholen en colleges in 10 dorpen in de gemeentes N’Dali, Tchaourou en Parakou. Deze investeringen zullen respectievelijk aan 1.300 en 3.100 leerlingen betere sanitaire omstandigheden bieden.

Naast de nieuwe infrastructuur komen er lessen over goede hygiëne in de scholen en worden de scholen en dorpsgemeenschappen begeleid hoe ze de nieuwe infrastructuur duurzaam en coöperatief kunnen beheren.

Bij de installatie van nieuwe infrastructuur in dorpen en scholen, betrekken we altijd de lokale gemeenschappen. Zij kunnen bv. zelf meewerken bij het bouwen van de toiletten en urinoirs, vaak met stenen door hen ter plaatse gefabriceerd. En ze beheren de infrastructuur coöperatief. Door deze aanpak creëren we een grotere betrokkenheid en verantwoordelijkheidszin bij de lokale bevolking, wat de duurzaamheid van de investeringen verhoogt.

Dit past in een meerjarenplan waarbij alle 50 scholen, die de Stichting ondersteunt, zullen voorzien worden van drinkbaar water en goede sanitaire installaties (gescheiden toiletten en urinoirs). Via andere fondsen zullen in de scholen ook groentetuinen aangelegd worden, die mee door de scholieren onderhouden worden.

De Stichting wil gezonde en evenwichtige voeding in een hygiënische omgeving zo efficiënt mogelijk bevorderen. Daarom is gekozen voor een multisectoriële aanpak (gezondheidszorg, onderwijs en landbouw). Het uiteindelijke doel is om de ondervoeding in deze regio – meer dan 35 % – sterk te reduceren.